Het onderwijs moet op de schop, althans dat lezen we regelmatig. De gemiddelde Nederlandse scholier zet zich namelijk onvoldoende in en streeft niet naar de hoogste resultaten. Overigens schijnt het zo te zijn dat dit niet alleen geldt in het onderwijs maar bijvoorbeeld ook in de sport. Als Nederlanders zijn we blijkbaar niet zo prestatiegericht. De middelbare scholier moet hogere cijfers halen en zal daardoor vast ook meer tijd aan de opleiding moeten besteden. HBO en universitaire studenten waren daar al eerder aan gewend. Ook zij moeten scoren en hun studietijd zo snel mogelijk doorlopen.
Het stimuleren van deze theoretische en cijfermatige aanpak veronderstelt dat de jeugd vooral kennis vooral via lesstof kan ontwikkelen. Het praktijkgedeelte wordt enigszins kunstmatig ingepast via praktijkopdrachten of (maatschappelijke) stages. De vraag is of het zo simpel is. Zijn er geen andere manieren om scholieren en studenten zich te laten ontwikkelen?
Ons land kent een verenigingsleven dat in de wereld zijn gelijke nauwelijks kent, maar helaas wordt dit niet gekoesterd. Individualisering in combinatie met de consumptiecultuur maken het steeds lastiger voor clubs om vrijwilligers te vinden en de prestatie- en financiële druk op de schoolgaande jeugd versterkt deze ontwikkeling. Clubs hebben het lastig om bestuurders te vinden. Vaak worden veel van deze activiteiten uitgevoerd door een steeds kleiner wordende groep senioren. Soms lukt het nog wel om mensen op projectbasis te krijgen, dus steeds meer richten de clubs hun systeem anders in. Voor de uitvoering van bepaalde taken is het ook lastig mensen te vinden en wordt een antwoord gevonden in verplichting, een of meermaals per jaar, van bijvoorbeeld kantine-, zaal- of rijdiensten.
Het hart van onze Nederlandse maatschappij ligt in het verenigingsleven en daarom lijkt het zinvol om serieus te kijken naar de mogelijkheden om het verenigingskader te versterken. Door jongeren meer ruimte te geven binnen of buiten hun opleiding zich (structureel) voor clubs in te zetten, vang je 2 vliegen in 1 klap. Enerzijds wordt de verenigingen (of stichtingen) duurzamer bestuurd en anderzijds ontwikkelen de jeugdigen zich anders dan puur via het volgen van een theoretische leerweg. Als je kijkt naar de top van ons bedrijfsleven, zie je dat velen van hen zich niet perse onderscheiden door sublieme studieresultaten, maar vooral ook gevormd zijn door het clubleven in de sport, politiek, maatschappelijk, cultureel, op school/universiteit, etc.